Thesis

231 Samenvatting aanvragen aan beoordelaars met verschillende coulance. Op basis van het geheel van aanvragen voor begeleid wonen in Nederland tussen 2011 en 2013 concludeerden we dat het in aanmerking komen voor begeleid wonen de kans op verhuizing naar begeleid wonen vergrootte en het gebruik van thuiszorg verminderde. Het resulteerde ook in hogere totale zorguitgaven, voornamelijk door de kosten van begeleid wonen, maar mogelijk ook door een hogere consumptie van curatieve geestelijke gezondheidszorg. Het in aanmerking komen voor begeleid wonen verminderde het inkomen uit arbeid en het persoonlijk inkomen aanzienlijk, maar dit laatste in mindere mate, waarschijnlijk als gevolg van bijstandsgerelateerde inkomenscompensatie. De bevindingen wijzen ook op een lagere arbeidsparticipatie van mensen die in aanmerking komen voor begeleid wonen, terwijl de arbeidsparticipatie van hun ouders op de lange termijn toeneemt. Deze tegenstrijdige bevindingen voor het individu, het gezin en het systeem benadrukken belangrijke afwegingen bij het verlenen van toegang tot begeleid wonen aan mensen die aan de rand van het toelaatbaarheidscriterium zitten. Hoofdstuk 5 richtte zich op de keuze van behandeling voor depressie door huisartsen, waarbij het gebrek aan beschikbaarheid van psychotherapie als determinant van het voorschrijven van antidepressiva werd onderzocht. We onderzochten de relatie tussen het aanbod van psychotherapie en het voorschrijven van antidepressiva door huisartsen in Portugal, een land met een van de hoogste antidepressivagebruiken en een zeer laag aantal psychologen werkzaam in de eerstelijnszorg, waar ze worden ingehuurd door lokale groepen huisartsenpraktijken. Met behulp van paneldata over alle huisartsen in Portugal tussen 2015 en 2018 vonden we heterogene effecten van het verhogen van het aantal psychologen in het binnen-huisarts aandeel van antidepressiva voorgeschreven aan patiënten met depressie. Voor de subgroepen van huisartsen blootgesteld aan de laagste en hoogste gemiddelde niveaus van psychologen tijdens de studie, leidde het verhogen van één psycholoog/100.000 patiënten tot een verlaging van het voorschrijven van antidepressiva door huisartsen. Bovendien konden we door het gebruik van een within-between random effects model de associatie bestuderen van voorschrijfpatronen met de variatie tussen huisarts groepen in het gemiddelde aantal psychologen dat elke lokale groep had aangenomen. Deze bevindingen toonden aan dat huisartsen die in lokale groepen werkten met een eenheid hoger aantal psychologen/100.000 patiënten, tijdens de studie gemiddeld een lager voorschrijfaandeel hadden. Als we de schattingen binnen en tussen de huisartsen vergelijken, kan de grotere omvang van de laatste mogelijk worden verklaard door ongemeten kenmerken en processen, die ertoe leiden dat huisartsen die minder antidepressiva voorschrijven, werken in instellingen met een hoger aanbod van psychologische therapie. Beleid gericht op het terugdringen van het voorschrijven van antidepressiva zou deze processen nader moeten onderzoeken, waarbij rekening gehouden moet worden met het feit dat een kleine toename van het aantal psychologen mogelijk niet leidt tot een afname van het A

RkJQdWJsaXNoZXIy MjY0ODMw