591108-Bekkers

31 Hardnekkige conflicten oplossen 1.2.2 Rechtvaardige oplossingen Een stabiele oplossing hoeft niet altijd rechtvaardig te zijn. Stel een situatie voor waarin een dominante conflictpartij een minderheid in een identiteitsgerelateerd moreel conflict een oplossing ‘voorstelt’ in lijn met de wensen van de dominante partij, waarbij wordt aangekondigd dat het niet naleven van deze oplossing streng zal worden bestraft. Als die straffen streng genoeg zijn, dan is het voor de zwakkere partij - ondanks de frustratie van een niet-vervulde fundamentele waarde -rationeel zich te voegen naar de wil van de dominante partij. Op dat moment is de situatie nog instabiel, omdat bij een verandering in omstandigheden (bijvoorbeeld personeelstekorten in de handhaving) een andere keuze rationeel kan worden voor de minderheid. Een stabiele situatie ontstaat wel als door een ‘heropvoeding’ de oorspronkelijke identiteit is geassimileerd aan de nieuwe situatie. Vanwege een veranderd zelf-begrip heeft de minderheid dan geen reden meer om zich tegen het beleid van de dominante partij te verzetten. Het oorspronkelijke conflict zou dan stabiel opgelost zijn. Hoewel de geschetste situatie stabiel is, beschouw ik deze niet als ‘oplossing’, maar als een effectieve ‘onderdrukking’ of ‘brainwashing’. Het onderscheid tussen oplossing of onderdrukking is een vraag naar rechtvaardigheid, ofwel krijgt iedere partij of ieder mens wel wat hem of haar toekomt? Dat dit aspect naast stabiliteit ook een relevant aspect is van een oplossing is één ding; de vraag is wat ‘rechtvaardigheid’ inhoudt als norm voor een oplossingsvoorstel? Verschillende normatieve theorieën conceptualiseren ‘rechtvaardigheid’ op verschillende manieren. Volgens een ‘recht van de sterkste’-theorie zou in het hierboven geschetste scenario bijvoorbeeld wél sprake kunnen zijn van een stabiele en rechtvaardige oplossing. Om zulke theorieën uit te sluiten zal ik een kader geven voor waar een ‘rechtvaardige’ oplossing aan moet voldoen. Binnen dat kader kunnen verschillende theorieën specifieke uitspraken doen over wat rechtvaardig is; dat is wat zo’n theorie normatief maakt. Dus, wat precies een rechtvaardige oplossing is, verschilt per normatieve theorie. Mijn algemene kader voor rechtvaardigheid dient ertoe onderscheid te kunnen maken tussen oplossing en onderdrukking. Van onderdrukking is sprake als mensen niet zelf kunnen bepalen wie zij zijn, maar tot een bepaald zelf-begrip gedwongen worden. Iemand is autonoom als hij of zij leeft en handelt conform zijn of haar eigen waarden, overtuigingen, redenen en commitments (Roessler 2012, 449; Mackenzie 2014, 17). Een oplossing is dus rechtvaardig als de ‘autonomie’ van betrokken partijen is gewaarborgd. Ofwel, ‘rechtvaardigheid’ houdt tenminste in dat ieder mens in beginsel moet kunnen zijn wie hij of zij is, en wat voor hem of haar essentieel is ook tot uitdrukking moet kunnen brengen. Vanwege dit desideratum zal ik theorieën en auteurs onderzoeken die ook ambiëren hieraan te voldoen. De toevoeging ‘in beginsel’ verwijst naar de mogelijkheid dat een theorie op gerechtvaardigde gronden bepaalde identiteiten uitsluit. Dit betekent dat een theorie vanuit het perspectief van een identiteit zelf onderbouwt dat het tot uitdrukking brengen van betreffende identiteit niet rationeel is. Ofwel, de oplossing die een theorie onderscheidt, is rechtvaardig dan en slechts dan als de oplossing die de betreffende theorie onderscheidt, vanuit het perspectief van iedere rationele identiteit gerechtvaardigd kan worden. 1

RkJQdWJsaXNoZXIy MjY0ODMw