591108-Bekkers

160 Hoofdstuk 5 coördinatieprobleem op te lossen. Gezien de hardnekkigheid kan dit niet bij IRMC’s worden verondersteld. 5.3.2 Transformatie en goede redenen Een succesvolle fusie van horizonnen resulteert in de mogelijkheid van tenminste twee alternatieven van zichzelf, het eigen zelf-begrip en dat van de tegenstander. Op basis van dit inzicht is het mogelijk om door ‘counterfactual’ denken ook nóg andere alternatieve invullingen van de menselijke constante te bedenken. Counterfactual denken houdt in dat mensen zich kenmerken van iets in de wereld, van anderen of zichzelf kunnen voorstellen zonder dat ze als waar worden gezien. Als er dan meerdere alternatieven van zichzelf onderscheiden worden, is de vraag welke redenen iemand heeft om zich te identificeren als het ene of het andere alternatief van zichzelf. Welk criterium kan iemand hanteren om zich te identificeren als een authentiek alternatief van zichzelf? Bij het beantwoorden van deze vraag is het relevant de aard van dit ‘keuzeproces’ in herinnering te brengen. Zoals ik in paragraaf 5.1.1 heb aangegeven, gaat het bij een identificatie als een alternatief van zichzelf niet om een situatie waarin iemand uit verschillende alternatieven voor zichzelf kan kiezen, zoals bijvoorbeeld bij het kiezen van een vakantiebestemming. In zo’n geval kan iemand zich een voorstelling maken van hoe hij het op een bepaalde bestemming zal vinden en op basis van waarden en voorkeuren van hemzelf (en eventuele reisgenoten) een rationele keuze maken. Bij een identificatie als een alternatief van zichzelf gaat het over wie iemand in zijn of haar leven is. Bij het ene alternatief van zichzelf hoort een ander netwerk van commitments dan bij het andere. En een ander netwerk van commitments leidt tot andere acties, plannen en projecten in iemands leven, ofwel het leidt tot een ander leven. In een IRMC staat niet het hele netwerk van commitments ter discussie. Het niet-betwiste deel hoeft niet te veranderen. Dat ‘andere leven’ heeft daarom slechts betrekking op het deel van het netwerk van commitments dat betwist is, maar dat zijn wel commitments die iemand als essentieel beschouwt voor wie hij of zij is. Die commitments vervangen door andere, maakt iemand daarom wel degelijk een ‘ander persoon’. Het is niet zomaar een verandering in iemands leven, het is een transformatie van wie iemand is. Zoals ik in paragraaf 5.1.1 heb geïllustreerd kan het niet-betwiste deel van iemands netwerk van commitments een intern criterium verschaffen voor het identificeren als een alternatief van zichzelf. Het is rationeel om zich te identificeren als een alternatief van zichzelf zonder tegenstrijdige commitments. Dit betekent niet dat iemand nooit tegenstrijdige commitments heeft, maar voor zover iemand bewust reflecteert op het eigen netwerk van commitments is het rationeel tegenstrijdigheden op te lossen. Als iemand een commitment heeft om het IRMC op te lossen, dan geeft dat een reden om bereid te zijn alternatieven van zichzelf te overwegen. Immers, als beide partijen vasthouden aan het oorspronkelijke zelf-begrip zal het conflict blijven bestaan, en waarschijnlijk escaleren. Er kunnen dan nog steeds meerdere alternatieven (waaronder het oorspronkelijke zelfbegrip) zijn voor het betwiste deel die consistent zijn met het niet-betwiste deel van zijn netwerk van commitments. Welke redenen kan iemand hebben om zich als het ene dan wel

RkJQdWJsaXNoZXIy MjY0ODMw