591108-Bekkers

103 Het inleven in identiteitsverschillen: Articulatie-ethiek kan worden als een articulatie-ethiek die inhoudt dat mensen moeten streven naar een zo goed mogelijk zelf-begrip, zodat zij hun authentieke sterke waarderingen in de praktijk kunnen brengen. Aangezien constituerende waarden de kenmerken zijn die maken dat waarden ‘goed’ zijn, betekent dit dat mensen moeten streven naar een zelf-articulatie die de constituerende waarden zo dicht mogelijk benadert. Ik zal dit toelichten. Om te beginnen is het nuttig te benadrukken dat sterke waarderingen niet noodzakelijkerwijs letterlijk onder woorden gebracht zijn of in een gearticuleerde reflectie worden overwogen.130 Het is voor mensen onontkoombaar om te leven binnen een moreel kader met sterke waarderingen, hoe onbewust ook. Als iemand een kind ziet verdrinken en een primair (‘inchoate’) gevoel heeft dat het waardevol is om het kind te redden, dan is dat al een sterke waardering of een teken van een ‘onontkoombaar moreel kader’ (C. Taylor 1989, 3–24).131 Zoals aangegeven is het volgens Taylor zelfs onmogelijk om constituerende waarden volledig te articuleren, maar zijn ze er wel als kenmerken die maken dat waarden goed zijn. Het feit dat menselijk handelen gekenmerkt wordt door sterke waarderingen, betekent niet dat mensen in hun dagelijkse keuzes ook automatisch het goede doen. Het is mogelijk dat iemand zich vergist in wat waardevol is of welke handeling past bij wat waardevol is. Articulatie van een verfijnder zelf-begrip maakt dat iemand zijn of haar sterke waarderingen en de daaruit volgende ‘life goods’ en ‘hypergoods’ helder heeft. Een moreel kader is dus al onontkoombaar aanwezig en bepalend voor ongearticuleerde sterke waarderingen, maar kán nader onder woorden gebracht worden (gearticuleerd worden). Bijvoorbeeld, naar aanleiding van het primaire gevoel bij het zien van een verdrinkend kind, kan iemand zichzelf afvragen: “wat betekent dat gevoel?” Het antwoord op deze vraag is dan een eerste articulatie van dat primaire gevoel van waarde. De articulatie zou bijvoorbeeld kunnen zijn: ‘het is goed om een verdrinkend kind te helpen’. Door articulatie kan een mens zijn sterke waarderingen beter realiseren. Bijvoorbeeld, articuleren dat een verdrinkend kind gered moet worden, vergroot de kans dat iemand in soortgelijke situaties opnieuw handelt in lijn met die waarde. Zonder articulatie van een sterke waardering zou ofwel instinctief gehandeld worden ofwel elke keer opnieuw gereflecteerd moeten worden op het gevoel. In het laatste geval wordt er kostbare tijd verloren waarin het kind verdronken kan zijn, en het eerste levert onbetrouwbaarheid op. Immers, veel factoren kunnen van invloed zijn op instinctieve reacties. Zonder articulatie zou het verlangen om een koud, nat pak te voorkomen de overhand kunnen krijgen. Kortom, articulatie constitueert zelf-begrip en bevordert dat iemand ook realiseert wat hij of zij waardevol vindt. Dus, om te realiseren wat iemand authentiek waardevol vindt, moet iemand streven naar een zo goed mogelijk gearticuleerd zelf-begrip.132 130 Taylor ziet kunstwerken, muziekstukken, een dans, een gebaar et cetera ook als articulatie (C. Taylor 1989, 91; 1991a, 253). 131 Articulatie is dus geen conditie voor sterke waardering, maar omgekeerd geldt dat wel. Bij zwakke waardering bepalen persoonlijke voorkeuren de keuze, en is er niets aanvullends te articuleren over wat maakt dat dat de voorkeur heeft. Bij sterke waardering heeft articulatie wel toegevoegde waarde, namelijk het benoemen van de achterliggende waarde van iemand handelingskeuze (C. Taylor 1985e, 24). 132 Komen tot betere zelf-articulatie is in prudentiële zin goed, en voor mensen een ‘no choice value’ (Löw-Beer 1991, 226). 4

RkJQdWJsaXNoZXIy MjY0ODMw