591108-Bekkers

4 Het inleven in identiteitsverschillen: Articulatie-ethiek 99 4.1 Charles Taylor’s Articulatie-ethiek 99 4.1.1 Antropologie: sterke waarderingen en menselijk handelen 100 4.1.2 Ethiek: articulatie van zelf-begrip 102 4.1.3 Morele claims van de Articulatie-ethiek en fusie van horizonnen 105 4.2 IRMC’s en de Articulatie-ethiek 110 4.2.1 Voorbeeld: conflict over milieuvriendelijk gedrag 111 4.2.2 Oplossing van IRMC’s volgens de Articulatie-ethiek 111 4.2.3 Is de Articulatie-ethiek gerechtvaardigd? 115 4.3 Aanpassing van de Articulatie-ethiek 118 4.3.1 Sociaal geconstrueerde ‘objectieve’ waarden 119 4.3.2 Taylor en het nihilistische argument 123 4.3.3 Conclusie en vooruitblik 124 Deel II: Een morele theorie op basis van transformatie 127 5 Transformatie van zelf-begrip 129 5.1 De Transformatieve Dialoog 130 5.1.1 Conceptualisering van de Transformatieve Dialoog 131 5.1.2 Werking van de Transformatieve Dialoog 138 5.1.3 Uitdagingen voor de theorie van de Transformatieve Dialoog 141 5.2 Begrip en zelf-begrip 144 5.2.1 Mindreading: een model van de geest ontwikkelen 144 5.2.2 Mindshaping: elkaar begrijpen is elkaar reguleren 147 5.2.3 Het misverstand van een vaststaande identiteit 152 5.3 Criterium bij transformatie? 157 5.3.1 Het transformatieve karakter van begripsverwerving 157 5.3.2 Transformatie en goede redenen 160 5.3.3 Transformatie als co-mindshaping 162 6 Rechtvaardiging van de Transformatieve Dialoog 165 6.1 Autonomie en authenticiteit 165 6.1.1 Individualistisch begrip van autonomie 166 6.1.2 Intersubjectief begrip van authenticiteit 170 6.1.3 Authenticiteit en autonomie in de Transformatieve Dialoog 176 6.2 Rechtvaardiging van het commitment aan de Transformatieve Dialoog 182 6.2.1 Sociale condities voor autonomie: erkenning 183 6.2.2 Miskenning en IRMC’s 186 6.2.3 Argument voor het commitment aan de Transformatieve Dialoog 187 6.3 Reflecties op de theorie van de Transformatieve Dialoog 193 6.3.1 Samenvatting van de theorie van de Transformatieve Dialoog 193 6.3.2 Vooruitgang ten aanzien van Rawls, Habermas en Taylor 194 6.3.3 Institutionaliseren van ‘co-zijn’ 196

RkJQdWJsaXNoZXIy MjY0ODMw