Thesis

NAWOORD 277 Nawoord In de afgelopen jaren heb ik veel geleerd over kinderen met mitochondriële aandoeningen, activiteiten, menselijke relaties en onderzoek. Maar bovenal heb ik geleerd over ‘leven’ en ‘promoveren’. En iets wat me daarin opvalt is dat het beeld ontstaat dat promovendi geen leven hebben. Dat het beeld bestaat dat zij 24/7 met promoveren bezig zijn en dat dit de norm is die gehandhaafd moet worden. Er werd mij standaard bij vakanties gevraagd “Jij gaat zeker bezig met je promotie, hè?” En ondanks dat ik het laatste jaar van mijn promotie moest antwoorden met ‘ ja’, was dat die jaren daarvoor niet het geval. En dat laatste jaar had te maken met het combineren van mijn promotie met een fulltime baan die ik in drie dagen probeerde uit te voeren en het toewerken naar een overname van een onderneming. Beiden niet gepland en waardeloos getimed, maar wat wilde ik dit graag. Dat maakte dat ik de keuze heb gemaakt om dan maar een jaar te bikkelen. Het was dus niet de promotie die ervoor zorgde dat ik in de vakanties werkte, het was mijn eigen keuze om te solliciteren als academiemanager en mij kandidaat te stellen voor de overname van een onderneming die maakte dat ik in de vakanties werkte. Dat ik daarnaast ook nog twee jonge kinderen had en een bruiloft aan het plannen was, maakte het wel een wat grote uitdaging om “alle ballen in de lucht te houden”. Daarbij weet ik ook dat die combinatie niet haalbaar zou zijn geweest voor alle promotie-jaren. Echter, alle andere jaren van mijn promotie was het eerder omgekeerd; ik had als promovendus meer regelruimte dan mijn collega’s en als er iets was met de kinderen kon ik makkelijk werk verplaatsen, waardoor ik er voor mijn gezin kon zijn. Daarnaast heb ik altijd vrij duidelijk mijn grenzen aangegeven en was ik me bewust van dat degene die mij deadlines oplegde vooral ikzelf was. Dat maakt dat je ze ook kan verschuiven wanneer het leven daarom vraagt. Voordat ik aan mijn promotie begon had ik een aantal uitgangspunten opgesteld (eigenlijk een criterium): het mocht niet ten koste gaan van mijn relatie, sociale leven of me-time. Jaarlijks had ik een meetmomentje in de vorm van een reflectie. Afgezien van het laatste jaar voldeed ik aan het criterium. Mijn ervaring is absoluut niet representatief voor alle promovendi, deze N=1 studie is zeker niet methodisch opgezet en heeft daarmee geenszins wetenschappelijke waarde. Echter geld dit ook voor de totstandkoming van de cultuur en de ongeschreven normen rondom promoveren. Voor alle toekomstige promovendi hoop ik dat ze zichzelf de ruimte gunnen om hun eigen betekenisvolle criterium te bepalen voor de uitvoering van hun promotie. Daarnaast is het kunnen organiseren en plannen een handige vaardigheid en is een tip om, als je hier zelf niet sterk in bent, iemand in je team te vragen die dit wel kan. Oké, een geheimpje; mijn ‘echte’ planning was gebaseerd op 4 jaar promoveren, waarmee ik tijd had voor tegenslagen (en dus ‘leven’) in mijn

RkJQdWJsaXNoZXIy MjY0ODMw